Emigratieboek.nl - Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles







   
Zoek op deze site:
Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles

Rare jongens, die Chinezen...


We zitten in de trein van Chengde naar Beijing. Een jong Chinees stel hangt, half slapend, op het bankje tegenover ons. In het afgelopen uur hebben ze, gemoedelijk smakkend, een aantal strak in plastic verpakte worstjes opgepeuzeld en daarna een bak noodles, aangemaakt met het in alle treinen te tappen kokendhete water, slurpend soldaat gemaakt. Onder het eten heeft de jongen zich uitgebreid laten informeren over de nieuwste superhandige potloden, die (onder andere) onderweg door het treinpersoneel verkocht worden. Ondanks de uitgebreide demonstratie heeft hij besloten ze niet te kopen, tot teleurstelling van de conductrice. We hebben hard seats vandaag. Dat betekent: een stugge zitting met kaarsrechte rugleuning. Voor de gezelligheid hangen er stoelhoezen over, geschmockt met ruches aan de onderkant, overigens best comfortabel want nu plakt onze broek niet zo aan de kunststof zitting. Gelukkig duurt de reis maar vier uur...

Inmiddels zijn we zo'n twee weken in China. Na het, in alle opzichten, onberispelijke Japan kregen we na aankomst hier een behoorlijke cultuurschok. Maar inmiddels zijn we aardig gewend, hebben we het naar onze zin en kijken we onze ogen uit. Vanaf de ferryterminal in Qingdao togen we te voet de stad in richting onze accommodatie. Dat werd nogal een onderneming, aangezien de wijk van bestemming uit verschillende bouwputten bestond en de ingang van ons hostel, naar anderhalf uur later bleek, achter een grote graafmachine verstopt zat. In de tussentijd banjerden we, bepakt en bezakt, door drukke straten met claxonnerend en door elkaar zigzaggend verkeer, kraampjes, afval en wasgoed, over stoepen met gaten en mensen op krukjes. Navraag aan twee Chinese meisjes (die het weer vroegen aan oudere buurtbewoners) leidde helaas alleen tot nog meer rondlopen, totdat we een westers uitziende jongen aanspraken. Die wees ons direct waar we moesten zijn. Het bleek een leuk hostel met ruime kamers en een heel gezellige bar, die een ontmoetingsplek vormt voor reizigers en ‘locals' die daar een biertje komen drinken. Na de keurige maar over het algemeens nogal saaie hotels in Japan (waar wel hostels zijn, maar uitsluitend met slaapzalen en niet met tweepersoonskamers) een aangename verandering. We raakten onder andere aan de praat met een Duitse freelance-radiojournaliste die in Beijing woont, maar nu in Qingdao was voor het maken van een reportage over het Duitse koloniale verleden van die stad. Voordat ze naar China kwam heeft ze ook in Japan gewoond, maar daar had ze zich nogal eenzaam gevoeld omdat ze niet door het Japanse beleefdheidsgordijn heen had kunnen komen. Dat was in China wel anders, vertelde ze. Chinezen zijn zichzelf en doen waar ze zin in hebben.

Die ervaring delen wij inmiddels: de mensen hier zijn luidruchtig, opgewekt, ongegeneerd en praktisch. Als ze zin hebben om naar muziek te luisteren zetten ze de radio goed hoorbaar aan: op straat, in de bus, het maakt niet uit waar. Reisleiders ratelen onvermoeibaar in hun microfoons, zodat je in de wijde omgeving van de groep mee kunt genieten van hun toelichting en in het park oefenen mensen luidkeels operaklassiekers, ondersteund door een soort karaoke-apparaat (met geluidsversterking uiteraard). Heb je het warm, dan rol je als man gewoon je t-shirt en/of je broekspijpen op en als je je gezicht uit de zon wilt houden dan koop je een slimme parapluhoed, die je met een verstelbare band op je hoofd monteert. En als je kind vervelend is, scheldt je hem met schelle stem de huid vol (althans...zo klinkt het) of geef je hem een lel. Een peuter die naar de wc moet? Geen probleem: het kind draagt een handig broekje zonder kruis, dus je legt een stuk papier (de plattegrond van Beijing of de Verboden Stad bijvoorbeeld) op de grond, tilt het kind onder zijn knietjes in een soort hurkhouding op en laat hem poepen. Het papier met boodschap schop je daarna in een hoek en ‘klaar is Kees'. Geen gedoe met luiers of kleertjes aan en uit. En zie je twee leuke blonde toeristen (of, zoals wij op de Grote Muur zagen gebeuren, een neger) voorbijkomen? Dan grijp je ze bij de arm en ga je leuk met ze op de foto...zucht.

Na in Qingdao ‘geacclimatiseerd' te zijn, bezochten we in Qufu het familie-erfgoed van Confucius: het huis van de familie en de tempel in de mooie ommuurde binnenstad. Van daaruit reisden we met de trein (hard sleeper = zie beschrijving hierboven, maar dan een ligplaats/bedje in plaats van een zitplaats, dus meer ruimte) naar Beijing. We hadden een hostel in een ouderwetse Chinese wijk, een hutong, met een kamer aan een grote, rustige binnenplaats met zitjes en planten. Een prima stek dus en vlakbij de metro, zodat het makkelijk was deze wereldstad te verkennen. Voor degenen, die nog zitten te dubben over de volgende stedentrip: wij kunnen Beijing van harte aanbevelen J! Veel te doen, zowel prachtige bezienswaardigheden als relaxte ‘mensenkijk-plekken', het OV is modern, overzichtelijk en goedkoop (voor een kwartje reis je de hele stad door) en voor elk budget wat wils aan eten, drinken en vermaak. De afmetingen van de Verboden Stad zijn indrukwekkend in alle opzichten, net zoals de verering van Mao trouwens die de mensen blijkbaar nog steeds voelen, getuige ons bezoek aan zijn mausoleum. Voor ons westerlingen, met vooral de Culturele Revolutie op het netvlies, een bijzondere ervaring. Ook bijzonder trouwens was het feit, dat wij door een official uit de lange rij wachtenden bij het mausoleum geplukt werden. Onze tas en fototoestel mochten niet mee naar binnen (wisten wij veel), dus hurry-up naar het baggagedepot om ze in te leveren. Vervolgens mochten we, tegen betaling van een luttel bedrag uiteraard, heel veel verder vooraan in de lange rij weer ‘invoegen' als we wilden. Bijverdienen blijkt een veelvoorkomende zaak voor de ambtenaren hier en hoewel eigenlijk tegen onze principes, hebben we deze keer toch maar van de gelegenheid gebruik gemaakt. De afgelopen twee dagen hebben we in Chengde doorgebracht, de vroegere zomerresidentie van de keizer, in de heuvels zo'n vier uur ten noorden van Beijing. Naast het paleis, dat nu een museum is met een enorm groot park en omheen, hebben we twee prachtige tempelcomplexen bezocht. De foto's zien jullie wel verschijnen...

De komende dagen zullen we veel onderweg zijn. Morgen ‘treinen' we naar Datong (zeven uur, maar wel soft seat!), van waaruit we de Yungang-grotten zullen bezoeken die vol staan met Boeddha's. De dag daarna reizen we verder naar het pittoreske Pingyao, volgens de Lonely Planet ‘China's best preserved ancient walled town'. We gaan het zien!


Deel deze column met anderen (E-mail, Twitter, Hyves, Facebook, etc.)

Reacties
Er zijn nog geen reacties op deze column.

Alle blogs op een rijtje
Lees ook deze titel

Andere blogs

Margareth Hol
Een nieuw leven in Ierland


Anneke Koorn
Avontuur in Istanbul


Marjan van den Dorpe
Onder de Spaanse zon


Pieter Mans
Volgende week misschien...


Brenda van den Brink
Verliefd op Jordanië


Elisabeth Arts
Toekomstmuziek in Frankrijk


Stef Smulders
Italiaanse toestanden