Emigratieboek.nl - Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles







   
Zoek op deze site:
Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles

Ten afscheid: soaps en spelen


Wanneer het luidruchtige gekwek van de medepassagiers en de smurfenhousemuziek van de chauffeur me teveel worden, vlucht ik (met dank aan Arie) in de pianotranscripties van Bach die, hoewel ik ze keihard laat binnenkomen door mijn hoofdtelefoontje, een weldadige rust brengen. Roland heeft zich ondergedompeld in de lyriek van Acda en De Munnik en schudt naast me heen en weer, terwijl het busje over de weg-in-aanleg hobbelt. Vanuit het open vrachtwagentje voor ons staren treurige yakogen ons aan, mogelijk in het lijdzame besef dat hun laatste uur geslagen heeft en zij binnenkort als yakburger (met friet) aan toeristen zoals wij geserveerd worden.

Vandaag begint ons afscheid van China. Vanochtend om negen uur zijn we vertrokken uit Shangri la, het hervonden paradijs in de bergen van de Chinese provincie Yunnan, ooit ontsproten uit de verbeelding van de schrijver James Hilton in zijn roman The Lost Horizon. Shangri la (ofwel: de plaats Zhongdian) was de meest noordwestelijke stad op onze route en nu zijn we, via een tweedaagse tussenstop in Dali, onderweg naar Kunming, vanwaar we zondag naar Nepal zullen vliegen. En, zoals zo vaak wanneer je op reis bent, zodra de neuzen op ‘huiswaarts' (of in ons geval: de volgende bestemming) gericht staan, is het afscheid nemen begonnen.

Maar eerst nog even terug naar waar we gebleven waren. Na onze ontdekkingstocht te voet en per fiets door het mooie karstlandschap bij Yangshuo keerden we terug naar Guilin, vanwaar we naar Lijiang vlogen. Lijiang staat bekend om haar prachtige oude binnenstad met kunstig bewerkte houten gevels en met keien geplaveide straten. De commerciële realiteit is echter, dat deze schoonheid door de overdaad aan toeristische opsmuk, souvenirwinkeltjes vol kitsch en neonverlichte restaurants waarin in minderhedenkostuums verklede meisjes dansen voor het nog binnen te lokken publiek, nog nauwelijks te ontwaren is. Althans, dat was onze realiteit, want andere reizigers waren zeer te spreken over Lijiang. Maar wij, notoire rustzoekers, vonden er niks aan. Daarom fietsten we de stad uit richting het dorpje Baisha, waar de wereldberoemde dokter Ho praktiseert. Na een rotleven als intellectueel tijdens de Culturele Revolutie is de inmiddels negentigjarige dokter vermaard om zijn (vermeende) kennis van de kruidengeneeskunst. Overigens siert enige bescheidenheid hem niet en doet hij voor iedere bezoeker uitgebreid uit de doeken welke internationale beroemdheden, onder wie onze eigen Maxima en Jan Peter B, hem geconsulteerd hebben. Ook mevrouw Ho liet zich nog even zien, hetgeen een prachtig plaatje van een oudje in traditionele kledij opleverde, want hoewel zij gebaarde dat zij teveel rimpels heeft, liet zij zich gewillig fotograferen. Wij verkeerden gelukkig in blakende gezondheid, aldus de goede dokter, dus het afnemen van een voorraad kruidenthee ad 100 Yuan (ca. € 13,-) bleef ons bespaard.

De tweedaagse wandeltocht door de ‘kloof van de springende tijger' was, ondanks de buien tussendoor, een mooie en zeer de moeite waard. Onderweg verbleven we in een guesthouse met prachtig uitzicht over de ons omringende bergen en zo nu en dan hadden we een indrukwekkend uitzicht over de rivier, die in de diepte door het dal slingerde. De ‘uitsmijter' van de tocht was een heel steile afdaling naar de rivier, om een kijkje te kunnen nemen bij de rots waarop de bewuste tijger, naar verluidt, gesprongen zou zijn om de woeste Yangtzi-rivier over te steken. Helaas moesten we daarna weer even steil omhoog naar de weg, om de bus terug naar het startpunt van de wandeling te nemen. Die rit verliep niet zonder hindernissen, want een lawine had een stuk van de weg weggeslagen, zodat we daar te voet overheen moesten om aan de andere kant een ander busje voor de rest van de rit te nemen. We voelden ons echte avonturiers! Shangri La viel ons enigszins tegen. Hoewel het stadje pittoresk was, zij het toeristisch, was de omgeving (wederom op de fiets verkend) nogal ‘rommelig'. De traditionele huizen zijn veelal vervangen door moderne betonnen versies en hoewel wij begrijpen dat de mensen ook hier van modern comfort willen genieten: blauwe golfplaten daken zijn nou eenmaal minder idyllisch om naar te kijken dan houten ‘pannen'-daken. Bovendien worden de bouwmaterialen vaak in de tuin bewaard, dan wel het bouwafval in de berm of het open veld achtergelaten. Ook lopen overal elektricteitskabels en staan her en der zendmasten, waarover hieronder meer. Daarnaast hadden we allebei last van zware vermoeidheid, één van de symptomen van hoogteziekte. Shangri La ligt op 3270 meter hoogte en de combinatie van deze hoogte met een hardnekkige verkoudheid (door de luchtvervuiling?) leidde ertoe dat alleen Roland de moed kon opbrengen om een grote Tibetaanse tempel net buiten de stad te bezoeken, terwijl ik ‘voor Pampus' lag in onze hotelkamer.

Terwijl de laatste klanken van Bach wegsterven klinkt een doordringende Chinese melodie. De man achter me in het busje neemt zijn telefoon op en begint, luid roepend, een geanimeerd gesprek. De telefoon staat op vol volume op de speaker, dus we kunnen ook meegenieten van wat ‘de andere kant' roept. De man naast mij steekt nog een sigaretje op en de passagier op de stoel naast de bestuurder heeft inmiddels zijn kousenvoeten uitgestrekt op het dashboard. De enige peuter aan boord heeft zojuist overgegeven in een plastic zakje en zit nu weer opgewekt te spelen. Kortom: ‘t is best knus, zo'n dagje in de bus.

De expressbus (grote touringcar) rijdt niet op woensdag, dus we reizen met een busje waar zo'n 20 passagiers in passen. Dat is een stuk gerieflijker dan het minibusje waarmee we, in etappes weliswaar, naar Shangri la gereisd zijn en komt goed van pas, aangezien we vandaag een tocht van zo'n acht uur op het programma hebben staan. Onderweg komen we afwisselend door bergen en valleien. Hier worden de bagagemanden en kinderen nog op de rug gedragen en lopen de mensen, veelal de vrouwen, nog geregeld in (delen van) de traditionele dracht. Op de rijstvelden wordt druk geoogst...met de hand.

Inmiddels zijn we twee dagen verder. In Dali winkelden we wat, liet Roland het gat in zijn wandelschoen maken bij een straatschoenmakertje (die we naar lokale maatstaven vermoedelijk schandelijk veel betaald hebben voor dit klusje) en bezochten we de drie oude pagodes uit de negende eeuw en de enorme, moderne Chongshengtempel. Dali is een voormalige hippiestek en geregeld zien we vanaf het terras ‘oudere jongeren' voorbij lopen, getooid in gebatikte harembroeken en met baarden en dreadlocks.

Waarin Yunnan niet verschilt van de rest van China is de overdaad aan mobiele telefoons en de tv, die overal aan staat. Het contrast met de handmatig ploeterende boeren is groot. Maar sterker nog: hoe is het toch mogelijk dat wij in Huijbergen regelmatig zaten te tobben met de ontvangst op onze smartphones, terwijl iedereen in China altijd en overal bereik heeft dankzij de eerder genoemde zendmasten? Op het platteland, in de bergen, onderweg over de hoogvlakte, geen moment laat ChinaMobile het afweten! Een knappe prestatie, die klaarblijkelijk zeer gewaardeerd wordt door de Chinezen, want wij hebben de indruk dat deze telefoonprovider goud verdient. Altijd en overal lopen mensen te bellen, te smssen, een e-book te lezen of een spelletje te doen. Want als men niet in gezelschap zit te kaarten, te mayongen of wat dan ook (zie een van onze eerdere blogs), biedt de mobiel of de iPad een prima gelegenheid tot het doen van een spelletje pacman, patiënce, Angry Birds of iets dergelijks. Maar ook de favoriete soap wordt mobiel bekeken. Want dat lijkt een andere ‘hype', naast het voortdurende ‘smartphonen': soaps kijken. In de vele, vele winkeltjes, die we de afgelopen twee maanden gepasseerd zijn, staat eeuwig de televisie aan. Vaak zit, ligt of hangt de verkoper op een luie stoel in de deuropening of achter de toonbank van zijn (vermoedelijk noodlijdende) detailhandeltje ter grootte van een NL-garagebox, terwijl tegenover hem of haar, enigszins verdekt opgesteld, de tv afgestemd staat op de favoriete soap. Voor het afrekenen van ons flesje fris rukt men zich dan heel (!) even los van de bewegende beelden, maar al voordat wij onze hielen hebben gelicht wordt het verhaal weer geconcentreerd gevolgd. Wanneer we in onze hostelkamer soms een tv hadden, zapten we langs de verschillende zenders. Het is onvoorstelbaar hoeveel versies van GTST (goede Yin, slechte Yang?) we voorbij zagen komen, die allemaal tegelijkertijd uitgezonden worden.

Naast alle bezienswaardigheden die we gezien hebben en indrukken, die we hebben opgedaan, beklijft dus ook de herinnering aan China als het land van ‘soaps en spelen'. Een, in iets andere vorm, eerder beproefd concept, dat ook in de moderne versie nog steeds blijkt te functioneren om ‘het volk' tevreden te houden!


Deel deze column met anderen (E-mail, Twitter, Hyves, Facebook, etc.)

Reacties
Er zijn nog geen reacties op deze column.

Alle blogs op een rijtje
Lees ook deze titel

Andere blogs

Margareth Hol
Een nieuw leven in Ierland


Anneke Koorn
Avontuur in Istanbul


Marjan van den Dorpe
Onder de Spaanse zon


Pieter Mans
Volgende week misschien...


Brenda van den Brink
Verliefd op Jordanië


Elisabeth Arts
Toekomstmuziek in Frankrijk


Stef Smulders
Italiaanse toestanden