Emigratieboek.nl - Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles







   
Zoek op deze site:
Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles

Over mondkapjes, terrasjes en wandelingen


We zitten weer in het busje. Net als ik mijn hoofdtelefoon heb opgezet en de klanken van Adèle mijn hoofd binnen denderen, begint Roland tegen me te praten na bijna een uur stilte van het uitzicht te hebben genoten. Ik heb geen zin in een gesprek. Mijn hoofd zit vol indrukken en mijn hersenen malen over een blogtekst. We zijn onderweg van Kathmandu naar Pokhara, van waaruit we de elfdaagse trekking naar het Annapurna Basecamp zullen maken. We rijden even over een stuk weg zonder gaten, dus de chauffeur, die nauwelijks oud genoeg lijkt om zijn rijbewijs (voor zover nodig in Nepal??) al te hebben, geeft flink gas. Niettemin worden we ingehaald door de vrolijk beschilderde OV-bus, waar uit de deuropening een man naar buiten hangt. Op het dak was geen plaats meer, want dat staat vol met bagage. Veel mensen verlaten Kathmandu om hun familie te gaan bezoeken in verband met het Dasainfestival, dat deze week zijn hoogtepunt beleeft. Vandaar dat wij, voor ons vertrek vanochtend, nog even hebben staan kijken hoe twee geiten ritueel gekeeld werden op de parkeerplaats achter ons luxe hotel...Ook onze rugzakken liggen op het dak van de bus en we zijn blij met onze flightbags annex regenhoezen, want het is hier enorm stoffig nu de regentijd is afgelopen. De laatste dagen hebben we regelmatig, net als veel Nepali, met een mondkapje op door Kathmandu gelopen, als bescherming tegen het stof en de uitlaatgassen. De elektroscooters hebben, in tegenstelling tot in China, hier hun intrede nog niet gedaan en ook vrachtwagens en bussen braken enorme zwarte dieselwolken uit. We hebben inmiddels al weken een luchtvervuilingshoestje waar we maar niet vanaf raken, dus daarom toch maar mondkapjes. Hoewel het de laatste dagen wel iets beter gaat, waarschijnlijk omdat we de stad uit geweest zijn.

Onze medepassagiers veren op (en wij dus ook, want nieuwsgierigheid is ons niet vreemd): langs de kant van de weg in een dorpje ligt een voertuig op z'n kant. Het blijkt een verlaten vrachtwagen te zijn, dus gelukkig geen bus en akelige taferelen van beknelde passagiers en wat dies meer zij. Wij maken ons echter geen zorgen, want onze bus is gezegend ter ere van Dasain. Aan de voorkant prijken kleurige slingers en thikavlekken en op het dashboard sieren een kokosnoot en bloemslinger het minialtaartje van de (blijkbaar vegetarische, anders moet er geitenbloed geofferd) god. Even verderop staat een hoge schommel, die ter ere van Dasain voor de kinderen is gebouwd met behulp van enorme bamboepalen en wat touw. Het is deze week schoolvakantie en overal spelen kinderen op staat met eenvoudig speelgoed, zoals een voetbal of een zelfgemaakte vlieger. In Bhaktapur zagen we, vanaf een terrasje achter een grote pot Nepali massala thee, een groep jongetjes ijverige maar vergeefse pogingen doen om hun vlieger, die was blijven hangen achter het dak van de tempel, naar beneden te krijgen. Een vermakelijk tafereel van groepsdynamiek!

We waren erg gecharmeerd van Bhaktapur. Het centrum is betrekkelijk klein en het Durbar Square ("Paleisplein") is, in tegenstelling tot het uit drie delen bestaande plein in Kathmandu, in één oogopslag te overzien, net als in het mooie Patan overigens, waar we vorige week een dagje waren en onder andere het prima museum bezochten. Naast Durbar Square met zijn paleis en tempels, heeft Bhaktapur nog enkele andere aantrekkelijke pleinen, zoals het Pottenbakkersplein waar het aardewerk op de straat ligt te drogen en onze favoriet: het plein voor de hoge Nyatapolatempel. Op het terras van een tot restaurant verbouwde tempel keken we daar aan het einde van de middag hoe de toeristen verdwenen naar hun busjes en hoe de bewoners het plein weer in bezit namen. Dat dagelijkse ritueel herhaalden we een later in Bodnath, de stad met de enorme stupa (jullie mogelijk bekend van de film The Little Buddha?). Na een uur of vier verdwijnen daar de meeste toeristen weer richting het nabije Kathmandu, waarna de pelgrims aan hun rondjes rond de stupa beginnen. Jonge mensen, oude mensen, modern gekleed, traditioneel gekleed, monniken en nonnen, kinderen aan de opa's hand, invaliden strompelend met een blindengeleide- of wandelstok. Het aantal rondjes, dat men rond de stupa loopt, staat niet vast en is afhankelijk van hoeveel tijd men heeft. Het enige vereiste is dat het er één, drie, vijf, zeven of honderdacht zijn, aangezien dat heilige getallen zijn. Uren konden we er naar kijken!

Naast vanaf terrasjes naar de religieuze en leefgewoonten van de Nepali te kijken, zijn we ook nog actief geweest de afgelopen twee weken. Uiteraard bezochten we de belangrijkste bezienswaardigheden van Kathmandu en waren we twee volle dagen kwijt aan het verwerven van een visumverlenging voor Nepal (we zijn hier namelijk een week langer dan het maandvisum, dat je standaard op het vliegveld ontvangt) en het visum voor India, waar we hierna naartoe gaan. De rituelen rondom de ‘ghats' (crematieplaatsen) bij de Pastupatinath-tempel fascineerden ons enorm, maar ook de ‘monkeytemple' Swayambunath en de wandeling daar naartoe blijven in ons geheugen gegrift. Vanuit Bhaktapur gingen we met de bus naar de in de heuvels gelegen Changu Narayantempel, vanwaar we door de vallei terugwandelden naar de stad en in Nagarkot genoten we bij zonsopgang van het uitzicht over de besneeuwde pieken van de Himalaya. Dat was overigens wel zo ongeveer het enige, dat we deden in Nagarkot (behalve een ander hotel zoeken, want onze eerste keuze bleek midden in een verbouwing te zitten en verder behoorlijk morsig...). In Bodnath namen we de taxi naar de Gokarna Mahadevtempel, mooi gelegen op een rustige plek aan de rivier, en wandelden vervolgens via het Kopanklooster terug naar de stad, met de enorme stupa als richtingwijzer. Kortom: we hebben weer heel wat toeristische kilometertjes gemaakt, zo al met al!

Ik ruk snel een oordopje uit mijn oor. Onze gids, Prakesh, vertelt iets over de omgeving. We zitten namelijk niet in de OV-bus, maar in het toeristenbusje . Sinds drie dagen maken we deel uit van een NL-reisgezelschap van in totaal zestien man, waarmee we de trekking gaan doen en in het Chitwan National Park, gewapend met het fototoestel, op jacht zullen gaan naar tijgers. Het is een gemengde groep mannen en vrouwen, singles en stellen tussen de ca. dertig en zeventig jaar, vrijwel allemaal met de nodige reiskerven op hun stok, dus er wordt druk gekletst. Ook de ervaring voor wat betreft lange trektochten in de bergen is gemengd, maar iedereen heeft er enorm zin in. In Pokhara wacht ons voor twee nachten nog een (voor ons doen) luxe hotel, waarna we elf dagen digitaal ‘uit de lucht' gaan om de hogere sferen van het Annapurnamassief te beproeven. Tot over een week of twee dus.


Deel deze column met anderen (E-mail, Twitter, Hyves, Facebook, etc.)

Reacties


ik kom zelf uit deze omgeving.en woon nu zelf een jaar in bulgarije.en jullie??? in welk lanD???

w.van oevelen


Alle blogs op een rijtje
Lees ook deze titel

Andere blogs

Margareth Hol
Een nieuw leven in Ierland


Anneke Koorn
Avontuur in Istanbul


Marjan van den Dorpe
Onder de Spaanse zon


Pieter Mans
Volgende week misschien...


Brenda van den Brink
Verliefd op Jordanië


Elisabeth Arts
Toekomstmuziek in Frankrijk


Stef Smulders
Italiaanse toestanden