Emigratieboek.nl - Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles







   
Zoek op deze site:
Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles

Allemachteg prrachteg!


Zodra we het toeristische Pokhara uitrijden, rijden we de derde wereld weer in. Langs de kant van de snel(!?)weg hurken groezelige mensen op de stoepjes van hun schots-en-scheve huisjes, waarvan de voorkant vaak dient als winkeltje. De golfplaten daken zijn verzwaard met keien of stukken hout, om te voorkomen dat de wind eronder slaat. Vrouwen wassen hun lange, zwarte haren en kindjes bij de kraan in de voortuin en tussen de huisjes en de weg groeien bestofte gewassen in moestuintjes. We denken er maar niet teveel over na hoeveel roet er dagelijks op dit ‘gezonde' voedsel neerslaat.
Hier en daar liggen koeien te herkauwen, soms midden op de drukke weg en langzaam verdwijnen de Himalayatoppen uit het zicht om plaats te maken voor mistig platteland. ‘We rijden achter een bommetje', zegt Roland terwijl hij naar een gammele vrachtwagen vol gasflessen voor ons wijst. Gelukkig neemt onze buschauffeur gas terug, waardoor een paar bussen en vrachtwagens passeren en tussen ons en het bommetje komen te rijden.

De afgelopen twee weken zijn de bergtoppen van het Annapurnamassief bekende ijkpunten voor ons geworden: ‘Kijk, daar is Annapurna South, die hebben we van de week ook al gezien toen we in ... thee dronken', werd er dan gememoreerd. We hebben heel wat bergtoppen voorbij zien komen. Bij zonsopgang, onderweg, bij zonsondergang en zelfs in het licht van de maan, steeds bleef het uitzicht op de besneeuwde pieken van bijna 8000 m hoog ons fascineren. Maar we moesten er wel wat voor doen! Pijn, zweet en een paar tranen van oververmoeidheid heeft het ons gekost om het schitterend gelegen Annapurna Basecamp op 4170 m hoogte te bereiken.

‘Kijk, kijk, daar wordt geslacht', roept één van onze reisgenoten. Langs de kant van de weg ligt, op een zinken plaat in het zand, een half ontleed dier. Een paar mannen zijn bezig om er panklare stukken vlees van te snijden, vermoedelijk om te verkopen. Voor ons stopt een schoolbus, waaruit een grote schare in groene uniformpjes geklede kleuters stapt. Het is niet duidelijk of ze op schoolreisje zijn of dat de school op een voor ons vreemd tijdstip begint. Later vertelt onze gids, Prakesh, mij dat de schooltijd hier van tien tot half drie is.
Even verderop stoppen we voor een politiecontrole. Een halfuurtje geleden zijn we al gestopt om de benodigde permit te halen in een onooglijk kantoortje langs de weg, dat alleen voor lokale mensen als zodanig te herkennen is. Voor ons is het niets meer dan het zoveelste kneuterige detailhandeltje.

De tocht naar ABC, zoals Annapurna Basecamp door trekkers genoemd wordt, was mooi, maar lang en zwaar. Elf dagen van steile klimmen en lange afdalingen zonder rustdag waren er voor nodig om de route af te leggen, waarbij we zes tot acht uur per dag onderweg waren. Weliswaar inclusief pauzes, maar toch: we hebben allebei onze grenzen van fysiek, maar ook mentaal doorzettingsvermogen moeten verleggen. De hoogte speelde tijdens een deel van de tocht een rol, want boven de 2700 m werd het ademhalen zwaarder en bonkte ons hart zelfs 's nachts van inspanning. Daarnaast nekten de vele, schier eindeloze trappen, die we op en af moesten, onze motivatie bij tijd en wijle. En natuurlijk hadden we nooit het eerste guesthouse in het dorp, maar altijd het laatste dat (afhankelijk van de richting waarin we liepen) hetzij helemaal bovenin, hetzij helemaal onderin het dorp lag. Een ramp voor de vermoeide benen aan het einde van een lange dag! Eetlust verdween, duizeligheid verscheen en een steek van een soort horzel, die leidde tot een dikke arm, droeg ook niet bepaald bij aan de feestvreugde.
Maar ondertussen was de omgeving schitterend! De eerste paar dagen liepen we door agrarisch gebied en passeerden we regelmatig dorpjes. We zagen hoe de boeren met ossen en een houten ploeg de rijstveldjes klaarmaakten voor beplanting en overal hing of lag de oogst te drogen voor de komende winter. Daarna kwamen de bamboebossen en de weelderige jungle, waar we verschillende keren grijze apen met zwarte snoeten (langoers) zagen, die tussen de bomen door sprongen. Uiteindelijk gingen we het hooggebergte in, met zijn besneeuwde pieken, krakende gletsjers, grijsgroene rivieren, hoge watervallen en enorme rotsblokken. Op de dag dat we het hoogste punt van onze tocht bereikten, zagen we in de verte een enorme sneeuwlawine in grote witte wolken van een berg af rollen: een machtig gezicht, ofwel ‘Allemachteg prrachteg', zoals iemand (helaas! En nog erger: meestal gevolgd door ‘de kameel is drrachteg') aan onze gids geleerd heeft. Op de terugweg verwenden we onze geteisterde spieren en knieën in de warmwaterbronnen langs de rivier bij Jinuhdanda. Vanuit het warme bad zagen we, wederom, de apen door de bomen slingeren, een bijzondere ervaring. De laatste dag was een crime, die gelukkig slechts tweeënhalf uur duurde. Een overbelaste spier in mijn linker bovenbeen vond het welletjes en ging in staking. Een knieband en tijgerbalsemspray mochten niet meer baten, dus restte niets anders dan steunend op een paar geleende wandelstokken voetje voor voetje de laatste honderden meters hoogteverschil te overbruggen. Wat was ik blij toen ik eindelijk weer het busje zat!

Een paar dagen later
Inmiddels zijn we heerlijk uitgerust van ons bergavontuur. Na de vijfurige busrit vanuit Pokhara arriveerden we bij de Sapana Lodge, een toeristische ‘enclave', aan de rand van het Chitwan National Park, één van Nepals Werelderfgoedschatten. De kamers van onze groep liggen verspreid over huizen, die her en der in een grote en mooie tuin gebouwd zijn en overal staan comfortabele tuinstoelen, schommelbanken, hangmatten, enzovoort. 's Avonds zitten we rond een kampvuur en vanuit de hele tuin en de terrassen bij het restaurant hebben we een wijds uitzicht over de rivier en het omliggende landschap. Gisteren zijn we een hele dag per jeep door het nationale park gehobbeld en verschillende neushoorns, een grote python, apen, allerlei kleurrijke vogels, krokodillen en (samba- en gevlekte) herten gezien. Een totaal andere omgeving dus, maar heerlijk om na al die jaren weer een ‘ouderwets' op safari te zijn. Misschien moeten we voor het tweede deel van onze reis, begin volgend jaar, toch maar weer eens naar Afrika... Vanochtend hebben we op een olifant gereden, een hele grote. Hoewel het comfort beperkt was (met z'n vieren ongemakkelijk zittend in een bakje op haar rug), was de belevenis de moeite waard. Vooral omdat we verschillende dieren zagen, die op hun dooie akkertje doorgingen met wat ze aan het doen waren in plaats van weg te vluchten. De geur van de olifant maskeerde de onze, dus ze roken geen gevaar. Heel bijzonder om op een paar meter afstand van, doorgaans heel gevaarlijke, neushoorns hun ongestoorde gedrag te kunnen aanschouwen! Naderhand keken we toe hoe onze groepsgenoten de olifanten wasten in de rivier, waarbij zij zelf soms ook de volle laag kregen wanneer de olifant zichzelf ‘afdouchte'.

En zo eindigt ons Nepalavontuur. Morgen om negen uur nemen we, samen met een Belgisch stel dat we eerder in China en opnieuw in Kathmandu en tijdens de Annapurnatrekking hebben ontmoet, de bus naar de grens met India. Daar stappen we over op een bus naar Gorakhpur, vanwaar we met z'n vieren de nachttrein naar Varanasi nemen. De laatste, en naar verwachting meest intensieve, etappe van onze Aziëreis neemt daarmee een aanvang. Manika, onze gastvrouw in Bhaktapur, leerde ons een Nepalees gezegde: ‘Zelfs een dode Indiër is nog in staat een Nepalees te bedriegen'. We gaan het meemaken.‘Namaste prachtig Nepal, India here we come!'


Deel deze column met anderen (E-mail, Twitter, Hyves, Facebook, etc.)

Reacties
Er zijn nog geen reacties op deze column.

Alle blogs op een rijtje
Lees ook deze titel

Andere blogs

Margareth Hol
Een nieuw leven in Ierland


Anneke Koorn
Avontuur in Istanbul


Marjan van den Dorpe
Onder de Spaanse zon


Pieter Mans
Volgende week misschien...


Brenda van den Brink
Verliefd op Jordanië


Elisabeth Arts
Toekomstmuziek in Frankrijk


Stef Smulders
Italiaanse toestanden