Emigratieboek.nl - Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles







   
Zoek op deze site:
Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles

Fruitsalad sir??


We hebben op de schoonste wc van India gezeten! We hadden er wel een oorkonde voor willen uitreiken, zo schoon en fris: alles smetteloos, mét wc-papier (!), zeepjes, werkende kranen én tissues om je handen mee af te drogen. De gelegenheid? De Zwitserse ambassadeur in India kwam langs.
Wij brachten een bezoek aan de grottempels van Ellora, die eeuwen geleden uitgehakt zijn in de rotsen door zowel boeddhisten, hindoes als jainisten. Enkele tempels zijn enorm van omvang en sommige zijn heel rijk versierd met prachtig beeldhouwwerk. Begrijpelijk dat de Zwitserse ambassadeur dit Werelderfgoed ook wel eens wilde bekijken. De medewerkers van het (staats-) restaurant waren zenuwachtig in de weer en hadden, zij het met beperkte middelen, een tafel keurig gedekt en zelfs een tafeltje gereserveerd voor de chauffeur, de bewaker en de gids van de hoogwaardigheidsbekleder. Na een ‘hij-komt-er-zo-aan'-telefoontje werd nog een colbert uit een kledinghoes getoverd en het ontvangstcomité was er klaar voor. Wij hadden echter onze koffie op en besloten het belangrijke bezoek niet af te wachten, maar nog even te gaan plassen voordat we de 34 grottempels gingen bekijken en voilà! Toen we een paar uur later, na het bezichtigen van de tempels, nog even teruggingen was de wc helaas weer getransformeerd tot een ‘normale' Indiase wc...

Naarmate we verder naar het zuiden reizen, stijgt de temperatuur tot ruim voorbij de 30 graden. We zijn dus weer een beetje terug bij ‘af', want in Japan was het vaak ook zo warm. Maar daar was het veel vochtiger en dus woog de warmte zwaarder dan hier. Niettemin is het fijn dat we, na onze eerste ervaringen in de één-na-goedkoopste treinklasse (sleeper, die met de muis en de kakkerlakken), voor de komende trajecten treinkaartjes hebben weten te bemachtigen voor de klassen met airconditioning. Dat was overigens in sommige gevallen nog geen sinecure, zoals al eerder gemeld over onze reis naar Jaipur. De trein is een heel populaire en relatief goedkope vorm van OV in India en alle klassen, behalve de goedkoopste ‘second seating', hebben uitsluitend gereserveerde plaatsen. De treinen zijn echter voor het grootste deel samengesteld uit rijtuigen voor second seating en sleeper en hebben slechts enkele rijtuigen voor de duurdere klassen. Het gevolg is, dat alle gereserveerde plaatsen in rap tempo uitverkocht zijn, vaak al weken van tevoren. Vervolgens is er een uitgebreid systeem van ‘reserve-quota' is bedacht. Zo kun je als (buitenlandse) toerist aanspraak maken op kaartjes uit het speciale toeristenquotum en ook voor andere doelgroepen (bepaalde beroepen, alleenreizende vrouwen, bejaarden, gehandicapten, etc.) zijn er aparte quota. Daarnaast kun je nog RAC-kaarten kopen, waarmee je voorrang krijgt als iemand zijn reis annuleert, hetgeen regelmatig voorkomt. Ook met wachtlijstkaarten ben je, om diezelfde reden, overigens ook niet altijd slecht af, weten wij inmiddels uit ervaring en in uiterste nood kun je nog Tatkal-kaarten halen: een noodquotum dat één dag voor de geplande reisdatum beschikbaar komt en waarvoor je op het station zo'n 2 uur in de wachtrij moet staan. Voor de nachttrein van Udaipur naar Mumbai (het voormalige Bombai) was het Tatkalquotum voor ons het laatste redmiddel zodat we, hoewel het gecompliceerde systeem in eerste instantie onzinnig leek, bij nader inzien blij waren dat het op deze wijze functioneert.

Wat ook anders functioneert in India, is de roomservice. In sommige hotels is er geen of slechts een heel klein restaurant. Je krijgt je ontbijt, diner of drankje dan, zonder extra roomservicekosten, op je kamer geserveerd. Op zich een prima service en ook heel welkom, als je al bijna vijf maanden steeds ‘uit eten' moet. In ons hotel in Aurangabad had één van de ‘roomboys' echter de vervelende gewoonte om direct na het aankloppen de kamer binnen te stappen, zonder te wachten op ons ‘Come in!'. Erg vervelend, want je komt tenslotte ook weleens net onder de douche uit en dan wil je niet dat zo'n jongen plompverloren je kamer binnendendert. Toen Roland vriendelijk probeerde uit te leggen, dat Europese gasten het op prijs stellen dat men wacht op het ‘Come in', bleek dat hij het Engels niet verder vaardig was dan nodig voor het afgeven van de bestelling, getuige zijn reactie: ‘Fruitsalad sir??'. Tja, wat zeg je dan?

Wat opviel toen we met de trein Mumbai naderden, was de hoeveelheid vuilnis en het aantal armoedige huisjes onderweg. In een paar uur tijd zagen we meer afval, armoede en sloppen dan tot dan toe in drie weken in heel Rajasthan bij elkaar. Toch zagen we daar in het centrum van de stad minder van terug dan we verwacht hadden. Herinneringen aan tv-beelden van bedelkindjes, die met treurige snoeten hun hand door het open raam van je taxi naar binnen steken voor een paar roepies, deden ons vermoeden dat we voortdurend aangeklampt zouden worden. En een paar NL-meiden, die we tijdens een boottochtje naar Elephanta-eiland ontmoetten, vroegen: ‘Hebben jullie al die daklozen gezien in Mumbai? Veel hè!'
Zijn wij zo rationeel (of zelfs hard), dat wij de ellende wegrelativeren, niet zien of gewoon als feit accepteren? We weten het niet. Natuurlijk zien we de sloppenwijken, maar we zien ook de satelietschotels boven op de gammele hutjes... Ja we zien de bedelkinderen en de mensen die op straat slapen en de zwervers, die in de sleeperklasse van de trein het afval opruimen in de hoop op een donatie van ons, reizigers. Maar wederom merken we dat wij, net als in China overigens, negatieve ervaringen van andere reizigers niet altijd delen. Misschien hebben wij (teveel?) begrip voor ‘de andere kant' van de problematiek? Een paar simpele voorbeelden kwamen in ons op.
Hoe houd je mensen tegen, die van het platteland naar de grote stad trekken in de hoop op een beter bestaan, en die geen benul hebben van de veel hogere kosten voor levensonderhoud in de stad? In Mumbai betaalden wij twee- à driemaal zoveel voor een hotelkamer dan elders en eten koopt men vaker - en dus duurder - in de winkel of op de (overdekte) markt dan direct van de boer langs de kant van de weg.
Ook is duidelijk, mede naar aanleiding van ons bezoek aan de High Court, dat er qua digitalisering een hele markt braak ligt. Maar waarom zou een land of bedrijf overgaan op het digitaliseren van werkprocessen, als de arbeid zo goedkoop is? Qua kosten schiet je daar niets mee op en bovendien creëer je een nieuw probleem: in een land met 1,2 miljard inwoners zit je er niet op te wachten dat de werkloosheid, die nu al op zo'n 11% ligt (bron: Lonely Planet India 2011. Een Indiase dame in de trein sprak zelfs van 30 à 40%. Het ligt er maar aan hoe je rekent) verder toeneemt. Hetzelfde geldt voor het automatiseren van werkzaamheden. Op een paar plaatsen zagen we steenhouwers met hamer en beitel stoeptegels glad maken. Met een slijptol zou het veel sneller gaan...ten koste van een x-aantal banen. Bovendien is de aanschafprijs relatief fors en kan het apparaat stuk gaan. Geen idee wat een steenhouwer hier verdient, maar onze taxichauffeur in Aurangabad kreeg INR 300 (ca. €3,20 per dag, geen typefout...) Als je werknemer iets mankeert, huur je gewoon een andere in. Sneu voor die ene, maar wel goed voor de werkgelegenheid.
Enne...afgelopen zomer zat 80% van India enkele dagen zonder stroom. Dat was weliswaar een extreem voorval, niettemin is stroomuitval een veelvoorkomend probleem in de periode van het jaar, dat alle airco's overuren draaien om de hitte draaglijk te maken. En wat kan een werknemer nog, als de pc het niet doet? Chai drinken en wachten...
Kortom: het is niet altijd zo eenvoudig als het vanuit ons westerse perpectief lijkt.

Zijn we ons overigens nu toch weer aan het verwonderen?

In Mumbai hebben we een paar relaxte dagen doorgebracht. Het is een echte grote stad, die deels heel westers aandoet vanwege de Engelse koloniale architectuur, kunstmusea, echte taxi's in plaats van alleen tuktuks, vrouwen in lange broeken, McDonalds (echter alleen kip op het menu), Starbucks en alcohol. Het was, na weken van veelal vegetarisch eten, heerlijk om weer eens een hamburger met friet en een biertje/Breezer te kunnen bestellen voor het avondeten, zeker omdat het Indiase eten ons niet bekoort. Overigens is de Mac hier geen gemeengoed, want hoewel tout welvarend Mumbai hier, figuurlijk dan, een vorkje komt prikken met het gezin of met highschool- of collegegenoten, worden de bedelkinderen zorgvuldig buiten gehouden door de bewakers bij de ingangen, gesteund door een bordje ‘Right of entry is reserved'. We kwamen bijna in de verleiding om een stuk of wat Happy Meals op straat uit te delen. En dan te weten dat in de VS juist de mensen met een kleine beurs bij McDonalds eten...

Een hoogtepunt was een bezoek aan de High Court (vgl. Gerechtshof in NL), waar we heel brutaal gewoon binnen liepen. Rechtspraak is tenslotte ook in India een publieke zaak en bovendien was ik natuurlijk, als student Rechten, reuze benieuwd naar de gang van zaken hier.
Als eerste belandden we in een rechtzaal, waarin klaarblijkelijk ‘hamerstukken' behandeld werden. Het was een voortdurend komen en gaan van advocaten en hun cliënten, die overal in de zaal stonden te wachten en te praten en die meestal binnen vijf minuten door de rechter de zaal uitgebonjourd werden. Soms mochten ze nog enkele argumenten naar voren brengen, maar het scheen ons toe dat de rechter zelden afweek van het al eerder door hem genomen besluit. De griffiers, die verscholen gingen achter enorme stapels papieren dossiers, voorzagen de rechter in rap tempo van nieuwe dossiers, die dan dus binnen een mum van tijd op de ‘afgehandeld'-stapel geworpen werd. Daarna namen we een kijkje in een rechtzaal, waar een uitgebreid pleidooi aan de gang was. Helaas werkten de microfoons ook in deze zaal niet, zodat we vrijwel niets konden verstaan van de in het Engels gehouden argumentatie. De rechter luisterde echter geconcentreerd en stelde soms vragen. Tot ergernis van de advocaat, meende de betreffende cliënt soms ook argumenten te moeten aandragen...

De komende negen dagen brengen we door aan het strand van Goa. We hebben onszelf getrakteerd op een luxer accommodatie dan gebruikelijk en verheugen ons al op het liggen in de hangmat, die we volgens de website van het hotel op de veranda voor onze hut gaan aantreffen. Heerlijk om eens ergens lang genoeg te zijn om de rugzak uit te pakken!


Deel deze column met anderen (E-mail, Twitter, Hyves, Facebook, etc.)

Reacties
Er zijn nog geen reacties op deze column.

Alle blogs op een rijtje
Lees ook deze titel

Andere blogs

Margareth Hol
Een nieuw leven in Ierland


Anneke Koorn
Avontuur in Istanbul


Marjan van den Dorpe
Onder de Spaanse zon


Pieter Mans
Volgende week misschien...


Brenda van den Brink
Verliefd op Jordanië


Elisabeth Arts
Toekomstmuziek in Frankrijk


Stef Smulders
Italiaanse toestanden