Emigratieboek.nl - Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles







   
Zoek op deze site:
Blog van Roland en Barbara van Zeijl - A journey of a 1000 miles

Florida's keerzijde: wreed!


Lieve vrienden, de hoogste tijd om jullie weer eens bij te praten over onze avonturen. De afgelopen weken hebben we behoorlijk ‘verzaakt' voor wat betreft het blog. Op de een of andere manier was er steeds geen tijd, inspiratie, zin of gelegenheid om eens goed te gaan zitten voor ons verslag. Of kwam het misschien doordat we verdiept waren in (thanks Roald!) de Hongerspelen-trilogie? Wie weet? Maar...hier zijn we weer!

Nadat we ontsnapt waren aan de breakfast-get-together in het ‘outdoor-bejaardentehuis', reisden we zuidwaarts richting de Florida Keys. We hadden ons daar een wat idyllische voorstelling van gemaakt: een sliert eilandjes met prachtige zandstranden en uitzichten over zee. De werkelijkheid was echter, zoals vaak, weerbarstig. De noordelijke eilanden zijn vrijwel volledig volgebouwd met vakantiehuizen, hotels, (dure, luxe) campings, jachthavens, etc. De weg loopt over het midden van de eilanden, zodat van de mooie uitzichten over zee geen sprake was: dat is voorbehouden aan de vakantiehuizen langs de kust. Er waren wel diverse staatsparken: kleine natuurreservaten ter bescherming van de lokale flora en fauna, waar we vaak ook voor een schappelijke prijs konden kamperen. Zo bezochten we op Key Largo het John Pennekamp State Park, waar we een snorkeltrip naar het rif maakten, met een kano door de mangroven peddelden en vanuit ons luie campingstoeltje een groene leguaan voorbij zagen komen.

Via ‘Robbies', een klein jachthaventje met vissersbootjes, waar je voor een paar dollar enorme tarpons (vissen) kunt voeren, lekker kunt eten en een kijkje kunt nemen in allerlei rommelmarktachtige kraampjes, en het Curry Hammock State Park, waar we een prachtige staanplaats hadden met uitzicht over zee, reden we naar Key West. De eilanden, die we onderweg zuidwaarts passeerden, waren langzaam maar zeker minder dicht bevolkt, zodat we steeds meer van uitzichten over de mangroven en de zee konden genieten. Key West, vooral bekend doordat de schrijver Ernest Hemingway daar een groot aantal van zijn bestsellers produceerde en een aantal speelfilms met o.a. Humphrey Bogart, is een leuke plaats en opmerkelijk groot voor zo'n afgelegen plek. Het toerisme viert er hoogtij, maar desondanks is het gezellig en sfeervol en zijn er interessante dingen te zien. Zo bezochten we (natuurlijk) het voormalige woonhuis van Hemingway, het meest zuideijke punt van de VS (slechts 90 mijl van Cuba), het ‘oudste huis' van de stad (ooit eigendom van een zeekapitein) en het Little White House, vakantieverblijf van president Truman, die daar veel politiek belangrijke gasten ontving. Van de zonsondergang wordt in Key West dagelijks een feestje gemaakt op Mallory Square, waar zich allerlei straatartiesten verzamelen, om in het licht van de ondergaande zon met veel humor hun kunsten te vertonen. Kortom: een uitje dat de moeite waard was!

Daarna kwamen de Everglades aan de beurt. Het doel van dit grote nationale park is om, ondanks alle invloeden van buitenaf zoals landbouw en onttrekking van water door toenemende verstedelijking rondom Miami, het unieke natuurgebied te beschermen. Het is feitelijk een enorme rivierdelta, waarvan de waterrijkdom zorgt voor een gevarieerde flora en fauna en in de winter zijn er grote populaties aan trekvogels te vinden. Als eerste bezochten wij het zuidelijke deel van het park. Bij het bezoekerscentrum was een korte wandelroute over boardwalks (weet iemand een fatsoenlijk NL-woord hiervoor?) uitgezet, waarlangs het werkelijk wemelde van de alligators, schildpadden, allerlei soorten vogels en vissen. De alligators lagen vlak langs het pad, maar dat scheen iedereen heel normaal te vinden, dus wij deden ook maar alsof het gewoon was...Ook de vogels, kalkoengieren, verschillende aalscholversoorten, reigers, etc., waren absoluut niet schuw en bleven rustig op het hek of pad zitten als wij langs liepen. Niettemin is het de wreedste plek waar we ooit geweest zijn, zoals Roland opmerkte: ‘Alles jaagt hier op alles.' Kleinere vissen moeten uitkijken voor grote vissen, alle vissen moeten uitkijken voor de vogels, onoplettende vogels worden gepakt door alligators. De alligators lijken geen vijanden te hebben totdat je de toenemende menselijke invloed meetelt: de prehistorische lelijkerds moeten het veld ruimen voor verstedelijking en landbouw en de minder succesvolle +Amerikaanse krokodil wordt zelfs met uitsterven bedreigd. Desondanks genoten we van het natuurschoon en vooral de vele dieren die we zagen. De Flamingocamping, aan de zuidkust van het park, lag op een stille plek omgeven door natuur. Tijdens een korte wandeling rond de camping zagen we grote uilen in de schemering vliegen, op zoek naar een lekker hapje en ontdekten we in een boom een afgestroopte slangenhuid hangen. Ook loerden we door onze verrekijker naar een nest visarenden, waarin jongen gevoerd werden door een oudervogel.

De volgende dag stond de ‘Shark Valley tram tour' in het noordelijke deel van de Everglades op het programma. Heel Amerikaans: met bejaarden en kleine kinderen in het treintje door het park Cool. Het alternatief was fietsen, maar de route leek ons niet erg aantrekkelijk en bovendien waaide het hard en dan is fietsen in de open vlakte ("want de Everglades is geen jungle, alleen in Hollywood", zoals de gids tijdens de tramtour opmerkte) geen pretje en bovendien waren we geïnteresseerd in de informatie van een gids, ofwel de ranger, zoals dat hier heet. Tijdens de tramtoer amuseerde hij ons met een aantal wetenswaardigheden, zoals dat de alligator ‘the only guy in the block is with a pool' (graaft kuilen om over dieper water te kunnen blijven beschikken in de droge tijd. Hierin groeien wilgen, waaraan je de alligatorpoel van ver kunt herkennen). ‘And what happens if you have a pool? You get guests!' En zo voorziet de alligator zichzelf dus van een onuitputtelijk lopend (vogel-)buffet.

Tijdens onze rit naar het meest westelijke deel van het park, passeerden we nog het Big Cypress National Park, waar achter het bezoekerscentrum een aantal manatees (zeekoeien) rondzwommen tussen de mangroven. Niet dat we er veel van te zien kregen, want doorgaans komen deze dieren alleen met hun neus boven water, maar ach...het gaat om het idee en we hebben ze gezien! Aan de westkust, tenslotte, maakten we nog een boottrip langs de Ten Thousend Islands en zagen we een visarend met een prooi in zijn klauwen voorbij vliegen. Ook de pelikanen, witte en bruine, zijn altijd fotogeniek en het weer werkte, zoals steeds tijdens ons verblijf in Florida, weer van harte mee om er (alweer) een heerlijke dag van te maken.

Met spijt namen we dus afscheid van de prachtige Everglades en het camperleven om weer terug te keren naar Miami, voor onze lange vlucht naar Zuid-Chili.


Deel deze column met anderen (E-mail, Twitter, Hyves, Facebook, etc.)

Reacties
Er zijn nog geen reacties op deze column.

Alle blogs op een rijtje
Lees ook deze titel

Andere blogs

Margareth Hol
Een nieuw leven in Ierland


Anneke Koorn
Avontuur in Istanbul


Marjan van den Dorpe
Onder de Spaanse zon


Pieter Mans
Volgende week misschien...


Brenda van den Brink
Verliefd op Jordanië


Elisabeth Arts
Toekomstmuziek in Frankrijk


Stef Smulders
Italiaanse toestanden